Wettelijke kaders

Alle wettelijke richtlijnen en regels die gelden voor de centrale examens in het voortgezet onderwijs zijn vastgelegd in het Eindexamenbesluit VO. De overheid geeft geen nadere richtlijnen met betrekking tot het omgaan met examens voorafgaand, tijdens en na afloop van de afname. Een school legt dit zelf vast in een examenprotocol. In de examenprogramma’s voor zowel de AVO-vakken als de beroepsgerichte vakken zijn de exameneisen beschreven in de vorm van deeltaken/exameneenheden en eindtermen. De vijf LOB competenties zijn vastgelegd in de kern van de beroepsgerichte programma’s. Deze gelden ook voor de TL-leerling.

Visie

Hóe het schoolexamen in het vmbo vorm krijgt bepaalt een school – binnen de wettelijke kaders – op basis van o.a. visie op onderwijs, visie op toetsing, het niveau en de behoeftes van de leerlingpopulatie, beschikbare faciliteiten en de regionale context. Wordt er samengewerkt met het mbo en/of het regionale bedrijfsleven? Hoe wil de school de visie op leren terug laten komen in het schoolexamen? Wat spreekt men af over het type toetsvormen en het aantal toetsen dat een vakgroep wil opnemen in het schoolexamen? Keuzes die een school binnen het team moet maken, voordat een toetsprogramma ontwikkeld kan worden.

PTA

Uiteindelijk legt een school deze keuzes vast in het Programma van Toetsing en Afsluiting (PTA), een examenreglement en een examenprotocol. In het PTA moeten in elk geval alle summatieve toetsen die samen het schoolexamen voor een vak vormen, worden vastgelegd. Verder moet het PTA de leerling zicht geven op de vragen: Wat moet ik kennen en kunnen? Wanneer word ik hierop beoordeeld? Met welke toetsvorm? Hoe weegt deze toets mee in het eindcijfer? Mag ik deze toets herkansen? Hoe komt het eindcijfer tot stand?

Ook LOB moet worden verantwoord in een PTA.